CMB BD

De coup

De coup
Top Ads
Top Ads
Top Ads

Vorige week bood het vierkoppige bestuur van Parke Nacional Arikok per direct haar ontslag aan. De brieven van het bestuur, samen met een open brief met daarin de motivatie van hun besluit en een oproep tot waakzaamheid werden direct gepubliceerd. Minister Otmar Oduber van Infrastructuur en Milieu reageerde hier vervolgens fel op door het bestuur te beschuldigen van het plegen van een coup en liet via de Landsadvocaat een ordemaatregel bij het gerecht aanvragen. Hierbij voerde hij twee kandidaten op die het bestuur tijdelijk zouden overnemen. De rechter besloot echter om slechts een kandidaat aan te nemen en daar drie anderen aan toe te voegen die door zowel de regering als opgeroepen NGO’s (waaronder die van vertrekkend bestuurslid Greg Peterson). Uiteindelijk werd een tijdelijk bestuur aangesteld bestaande uit oud-gouverneur Fredis Refunjol, Raad van Advies-lid Helen van der Wal, oud-WEB directeur Jossy Laclé en zakenman Norman Kuiperi. Dit bestuur zal de komende maanden alleen lopende zaken ter hand nemen. Het is de bedoeling dat het gerecht ook geadviseerd wordt in de benoeming van een nieuw vast bestuur voor PNA.

 

Het lijkt allemaal in december te zijn begonnen toen de stichting die over het park gaat haar statuten wijzigde. Zo werd het mogelijk om zelf terreinen op te kopen voor natuurbehoud. Dat zorgde voor onenigheid met minister Otmar Oduber van Infrastructuur en Milieu (dezelfde spagaat-portefeuille waar zijn voorganger Benny Sevinger ook de nodige fratsen mee heeft uitgehaald). De wijziging zou achter zijn rug hebben plaatsgevonden. Punt is echter dat de regering daar helemaal niet direct over hoort te gaan. Parke Nacional Arikok is een overheidsstichting,  ontvangt subsidie en de werknemers zijn feitelijk ambtenaren. En toch, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Apfa en het ziekenhuis, is het expliciet de bedoeling dat de politiek zoveel mogelijk buiten de hekken van het park wordt gehouden. Dat is een groot goed, een kwestie van goede trouw dat tot ver buiten Aruba op prijs wordt gesteld.

 

Er zat indertijd een bewuste gedachte achter deze opzet. De regering is weliswaar eigenaar van het gebied, maar heeft de stichting via een landsbesluit aangesteld als beheerder en heeft daarmee zo goed als al haar gezag weggegeven. Door het park op deze manier feitelijk te depolitiseren, verandert daar in ieder geval niet van alles elke keer dat een nieuwe regering zitting neemt. De lange termijn (zeg maar de klok van de natuur) zijn hier leidend. Niet de persoonlijke winstjes van een politicus of partij. Niet voor niets moest een door toenmalig premier Eman eigenhandig ‘geopende’ ingang bij Shete (de minpres wilde hiermee een campagnevoerder met een tourbedrijf een gunst doen) van de rechter snel weer worden gesloten. Het is dus heel goed voor te stellen dat deze opzet tegen de ziel schuurt van een lokale politiek dat zich intellectueel nooit verder heeft ontwikkeld dan het idee van ‘voor wat hoort wat’.

 

Volgens de brief van de bestuursleden zou minister Oduber hen feitelijk het mes op de keel hebben gezet. Kus zijn ring, of ga weg. Als drukmiddel zou de minister niet alleen hebben gedreigd met het intrekken van de overheidssubsidie, maar ook met het overhevelen van het beheer van alle natuurgebieden naar nieuwe stichtingen die, zo zou je uit de brief mogen aannemen, onder de directe invloed van de minister zouden komen te vallen. In het nieuwe statuut van het park krijgt de minister van Milieu inspraak in het bestuur. In het oude statuut was dat gek genoeg de minister van Cultuur. Dat was indertijd ook Otmar Oduber, dezelfde minister die in die tijd ook al powermoves had uitgevoerd bij Unoca, de musea en het nieuwe ATA Sui Generis waar in het statuut een clausule werd ingevoerd die de minister de bevoegdheid geeft om direct ‘advies te geven’. In die tijd werd het park echter – op een paar incidenten na – ongemoeid gelaten. Waarom laat zich vooralsnog raden. Toch zou je kunnen zeggen dat het een natuurlijke move voor een politicus als Oduber zou zijn om meer grip proberen te krijgen op PNA. Feit is nu ook dat recent vanuit de EU een flinke zak met geld is toegezegd aan het park. En daar waar geld is en de minister daar ook direct over wat te zeggen heeft, kan hij meer doen en dus meer shinen.

 

In april kreeg het bestuur te horen dat de minister geen vertrouwen meer in hun had en dat er vervanging moest komen. Het viertal zou namelijk, aldus de minister en een aantal werknemers van het park samen met vakbond TOPA, een wanbeleid hebben gevoerd. Die groep werknemers legde het werk neer en dat leidde tot rumoer bij moederorganisatie DCNA. Die rumoer, zo werd al gauw duidelijk, reikte tot Den Haag. De koffietafel van beschermvrouwe prinses Beatrix, om precies te zijn. Een scherpe brief van DCNA volgde naar het adres van minister Oduber. De boodschap was duidelijk: Hou politieke invloed buiten het nationaal park. Overigens blijkt het zo te zijn dat de prinses tamelijk gesteld is op Arikok. Tijdens haar laatste bezoek aan Aruba had ze naar verluidt niet eens zin in een onderonsje met premier Eman. Ze wilde slechts het park zien en geef haar eens ongelijk.

 

Voor hun vertrek zouden de vier bestuursleden door de minister zijn verzocht om de wijzigingen in het statuut terugdraaien, de brief van DCNA – de minister verdenkt hun ervan de brief te hebben geschreven – te weerspreken en – hier komt het – de bestuursstructuur te wijzigen. Landsadvocaat Jeannot De Cuba ontkent dit overigens. Minister Oduber hamerde erop dat hij niet uit was op meer invloed. Volgens hem verliep de transitie in goede orde, totdat daags voor het tekenen, de bestuursleden en bloc hun ontslag indienden. De minister noemde het een coup. Heel duidelijk in zijn verhaal en in het verzoek voor de ordemaatregel is dat het hier eigenlijk gaat de interpretatie van wat beheer van het park precies inhoudt. De minister praat over een coup, maar de vraag is eigenlijk door wie.

 

Rechter Sap kwam met een oplossing waar alle partijen vooralsnog kunnen leven. Even rust. Nieuwe ronde, nieuwe kansen na augustus. Eén ding is in ieder geval nu wel duidelijk; de toekomst van ons natuurpark staat onder druk. Het is te mooi, te uniek om in deze kleine ruimte en met al die trekkende belangen te kunnen overleven. Parke Nacional Arikok beslaat eenvijfde van het hele eiland. Een eiland dat inmiddels uitpuilt van mensen, gebouwen en verkeer en waar de vraag naar huisvesting en infrastructuur inmiddels een keiharde schreeuw is geworden. Iedereen lijkt wel een stukje land nodig te hebben. Mijn eigen aanvraag bij DIP loopt sinds 2004. Bovendien kun je ook niet ontkennen dat Parke Arikok ‘prime real estate’ moet lijken voor potentiële projectontwikkelaars. Plantage Fontein is al in handen van een Venezolaanse investeerder die daar een spa en hotel wil bouwen en Zoëtry gaat niet meer naar Isla di Oro, maar mag als het aan diezelfde minister Oduber ligt ergens anders op het eiland een hotel bouwen. Ik kan me weinig andere plekken voorstellen buiten het park die voor een dergelijk project tot de verbeelding zouden spreken. Ik heb zelfs van plannen gehoord om maar weer eens naar goud te gaan graven. Er zijn dus genoeg mensen, met en zonder geld of invloed, die graag wat zouden willen doen daarbinnen. De kas is leeg en de druk is groot. En, zoals het gezegde gaat, alles van waarde is weerloos. Onder zulke omstandigheden gebeuren weleens hele domme dingen en de pessimist in mij vermoedt dat ons unieke natuurpark niet voor eeuwig zal blijven.

 

Top Ads
Top Ads
Top Ads

About The Author

Related posts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.