CMB BD

White Man’s Burden

Top Ads
Top Ads
Top Ads

Als we de lokale pers mogen geloven gaat het dus helemaal niet meer goedkomen met dat CAFT. Het wil maar niet vlotten met de wet. Zelfs nu het reces ervoor moet worden onderbroken zou het niet op tijd klaar zijn. Bovendien beginnnen zelfs leden van de AVP-fractie zich te roeren tegen het protocol, omdat zij – terecht overigens – voelen dat zij erdoor buitenspel worden gezet. Nederland beslist aan het eind. Premier Eman daarentegen zegt dat Aruba de geluiden uit het Cft dat ondertussen het toezicht voert slechts aanhoort als adviezen. Gaat het weer om ‘miscommunicatie’ zoals vorig jaar, of gaan we gewoon weer een conflict tegemoet waarvan de uitkomst zich al met gemak laat raden? En waar is de minister van Financiën? Was die niet naar Nederland toe voor een aantal dagen? Kan hij niet iets uit zijn hoge hoed trekken, of zegt zijn huidige stilte juist genoeg?

Toezicht is toezicht. CAFT is niets meer en zeker niets minder dan Cft, met wat extra suiker tegen de bittere smaak. Uiteindelijk komen de adviezen uit dezelfde plek, zijn ze net zo dwingend en zijn er dezelfde consequenties als ze niet worden opgevolgd. Dat het door een Landsbesluit tot stand komt maakt niet uit, want diezelfde Arubaanse Statenleden die ‘voor’ stemmen kunnen het niet terugdraaien want dat moet dan weer via de Rijksministerraad. Als parlementariër laat je jezelf – en al helemaal het ambt – toch niet zo voor gek zetten? Dan liever gewoon een openlijk opgelegde Cft waarbij verder geen komedie wordt gespeeld met onze instituties, zou ik zelfs zeggen. Maar goed, ook in de Staten zien ze dit inmiddels niet meer zitten.

Want CAFT is vooral een politiek gemotiveerd compromis. Eentje dat nu kennelijk dreigt te mislukken en op een wel erg pijnlijke manier, want nu wordt weer duidelijk dat de verwachtingen bij vooral de regering van Aruba toch niet overeen lijken te komen met die van Nederland. Maar hoe kom je hier nou uit, als Koninkrijkspartners? Nou, niet dus. Iemand gaat opleggen en desnoods via het Statuut dwingen tot onderwerping. Dubbel zo pijnlijk. En eigen schuld. Mogen we met z’n allen weer voelen dat hier op Aruba toch iemand anders de dienst uitmaakt, al onze stoere taal ten spijt.

Er zijn mensen die zeggen dat dit niet hoort tussen gelijkwaardige partners. Anderen vinden dat wij door onze opgelopen staatsschuld en gebrekkige planning het ingrijpen door Nederland aan onszelf te danken hebben en dat toezicht een logische conclusie is. Feit is dat het speelveld waarin deze discussie zich afspeelt om te beginnen nooit zuiver is geweest en nooit zuiver zal zijn. Niet dat velen van ons niet al een donkerbruin vermoeden hadden. Ik ben deze week eindelijk begonnen aan Luc Alofs’ boek ‘Onderhorigheid en Separatisme – koloniaal bestuur en lokale politiek op Aruba, 1816-1955’ (op gegeven moment wil je ook eens wat anders dan een bouqetreeks voor het slapengaan) en al in de inleiding viel het kwartje, keihard. We verkeren nog altijd in een koloniale staat. Ondanks al onze instituties en verworvenheden, we blijven afhankelijk. Ooit noemden ze ons bezittingen. Later werd die term toch net iets te fout om in beleefd gezelschap te bezigen. We werden ‘the white man’s burden’, een beschavingsproject. Onderwijs en infrastructuur kwamen hier. We mochten uiteindelijk zelfs aan tafel komen zitten maar, net zoals andere kolonisatoren was het Den Haag die het laatste woord had en hield. Tot de dag van vandaag. In de preambule van het Statuut worden de delen van het Koninkrijk gelijkwaardig aan elkaar gesteld. Die preambule kent echter geen bindende rechtskracht of, zoals Alofs in zijn boek stelt, vanzelfsprekend politiek gewicht. Oh ja, en je hebt natuurlijk Artikel 43. The rest, as they say, is history. Als ik parlementariër was zou ik niet eens naar IPKO gaan. En als burger zou ik heel hard weglopen wanneer een lokale politicus voor de zoveelste keer een verhaal houdt over hoe oneerlijk Aruba wordt behandeld, terwijl we nu juist gelijke partners zouden zijn in het Statuut. Want juist die politici horen beter te weten. En aan ons de vraag voor te leggen: wat willen wij eigenlijk?

Kijk, er is heus nog wel wat te zeggen voor het Koninkrijk, zelfs met de superzakelijke houding die Nederland zich nu aanmeet tegenover de Caribische landen. Maar – en daar hebben de bewindvoerders aan deze kant van de oceaan toch gelijk in – wat constant blijft schuren is een stukje houding vanuit Nederland dat sinds de Gouden Eeuw onveranderd is gebleven. Het idee dat, wat er ook gebeurt, hun stok achter de deur altijd groter moet zijn dan de onze. Kijk bijvoorbeeld naar de geschillenregeling die – en daar durf ik best een kratje om te wedden – nooit zal komen. Het is een situatie waar wij ons in zekere zin ook aan hebben geschikt. En wie weet is dat maar goed ook, want anders hoorden wij nu wellicht bij Venezuela. Ik ben blij met mijn EU-paspoort (iets minder met mijn studieschuld, maar soit). De keerzijde echter is een zekere laksheid in hoe wij politiek hier bedrijven en ons land besturen. Wanneer een ander het laatste woord heeft, voel je nu eenmaal minder verantwoordelijkheid en waan je jezelf de luxe om je politieke tegenstander als persoonlijke vijand te behandelen en om cosmetische dealtjes te sluiten om maar geen gezichtsverlies te lijden.

(Gepubliceerd in Amigoe di Aruba op 25-06-2015)

Top Ads
Top Ads
Top Ads

About The Author

Related posts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.